Even een blik in mijn kleine koninkrijkje. Dit is de plek in het prachtige dorp waar ik woon alwaar ik componeer, repeteer en registreer. Als smidse begonnen eind 19e eeuw. En elk instrument dat er staat heeft een verhaal. Een greep:

De vleugel, een lichtblauwe Lipp & Sohn uit 1885, stond zolang ik mij kan heugen bij mijn ouders in Hoogeveen. Afgezien van de tijd dat mijn broer les had en een half jaar lang zelfs ik is ze weinig gebruikt. Sinds augustus 2004 staat ze bij mij en wordt ze vrijwel dagelijks gebruikt.

De semi-acoustische Aria diamond basgitaar heb ik gekocht toen ik dertien was, een dag nadat een vriend me voorstelde een basgitaar te kopen zodat we een bandje konden beginnen. Het is deze geworden omdat ik toentertijd geen geld had voor een versterker.

De electrische Custom basgitaar kocht ik omdat hij me stoerder leek dan de bas die ik had. Nou ja, hij is in ieder geval beter bestand tegen het rockleven.

De acoustische gitaar kocht ik voor bijna niets van een vriend. Zonder stemmechaniek en zonder snaren. Er bleek later een prachtig geluid in te zitten.

De contrabas kocht ik van geleend geld nadat ik op school had rondverteld dat ik er een wilde hebben. Na een paar maanden lag er een briefje in de brievenbus van iemand die ik vaag kende. Hij had haar te koop. Ze is inmiddels opgevolgd en met pensioen.

De electrische gitaar kreeg ik van mijn broer Bert, die er spijt van kreeg nadat ik er nieuwe snaren op had gezet.

De tenorsaxofoon kocht ik omdat ik dacht dat ik me dan nooit meer zou vervelen.

De altsax kocht ik omdat ik na de aanschaf van de tenorsax eigenlijk liever een altsax wilde hebben. Ik heb twintig jaar op haar gewacht.

De viool kocht ik voor een spotprijsje in Praag, toen het daar nog communistisch was.

De accordeon was eigenlijk bedoeld voor een muziekschool op Corn Island, maar er waren al zoveel accordeons, dat het lucratiever was om hem hier te verkopen en het geld daarheen te brengen.

De electrische piano heeft me van alle instrumenten het meest gekost. Ik kocht hem omdat ik piano wilde leren spelen en niet meer bij de vleugel woonde.

De klarinet kocht ik voor een vriendenprijsje van vrienden. De revisie nadat er een poes overheen had gepist kostte meer.

De dwarsfluit zag ik tweedehands voor zeer weinig geld liggen in de etalage van een rommelige muziekwinkel in Amsterdam. Ze is elke cent waard die ik er aan heb uitgegeven en inmiddels vervangen door een goed exemplaar.

De ene helft van het drumstel kreeg ik van een vriendin met gebrek aan ruimte. De andere helft van de buurman in het dorp, die op zich genoeg ruimte heeft.

De marimba heeft mijn broer Bert als kadootje meegesleept uit Nicaragua.

De ukelele kocht ik toen ik even erg weinig geld had. Ze heeft zichzelf al vele malen terugverdiend.

De saz bracht mijn broer Henk voor me mee uit Istanbul.

Het klokkenspel komt uit Limburg...

De melodica moest ik gewoon hebben. Omdat Izak er ook één heeft.

De zheng stond toevallig net toen ik een zheng nodig had te koop op marktplaats.

De gaohu (een soort sopraan-erhu) stond ook toevallig op marktplaats te koop, net toen ik een erhu nodig had.

De dizi kocht ik om het groepje chinese instrumenten te completeren.

De zaag heb ik helemaal uit de Verenigde Staten moeten laten komen, omdat ik er in Nederland geen kon vinden.

En dan liggen er nog een hoop rommeltjes, zoals een paar mondharmonica's, een mondharp, een aantal fluitjes, wat trommeltjes, een gong, een mandoline die nog moet worden opgeknapt, een kleuterpiano, eitjes, enzovoorts...